De* energiecentrales die werken op de conventionele manier gebruiken fossiele brandstoffen om stroom op te wekken. Dergelijke stoffen worden verbrand waarbij de warmte welke vrijkomt aan wordt gewend om stroom mee te genereren. De fossiele brandstoffen zijn niet alleen alsmaar schaarser en dus duurder aan het worden maar leveren tevens een belangrijke bijdrage, bij verbranding, aan de opwarming van de aarde. Bij een verbrandingsproces vindt er namelijk uitstoot van zogenaamde broeikasgassen plaatst. Men daarbij onder andere denken aan stoffen zoals kooldioxide (CO2), stikstofgas (NOx) en methaangas (CH4). Verwacht wordt dat de fossiele binnen nu en een paar decennia volledig op zijn gebruikt met als gevolg dat er alternatieve energiebronnen dienen te worden gezocht.
In veel olieproducerende regio’s, waar een aanzienlijk deel van de fossiele brandstoffen vandaan worden gehaald, heerst een politieke situatie welke als onstabiel mag worden omgeschreven. Door slechts geringe politieke verslechteringen kan de olieprijs daardoor snel fors oplopen met als logisch gevolg dat de energieprijzen eveneens omhoog gaan. Door het inzetten van windenergie is men, als land, minder afhankelijk van olieproducerende gebieden en kan de prijs voor de consument, qua energie aanzienlijk laag worden gehouden. Deze prijs is bovenal aanzienlijk meer constant waardoor prijsverhogingen en prijsverlagingen geen extreme pieken en dalen zullen vertonen.
Windenergie heeft als bijkomend voordeel dat men overal op aarde deze kan inzetten omdat vrijwel op iedere locatie de wind van tijd tot tijd voldoende waait om energie op te kunnen wekken. Men is daardoor niet meer afhankelijk van de aanwezigheid van een openbaar lichtnet. Zelfs op afgelegen locaties kan men een windturbine plaatsen om stroom op te wekken voor een heleboel verschillende werkzaamheden.
Windenergie kan zowel gebruikt worden voor particulieren als voor bedrijven en is zelfs voor commercieel gebruik inzetbaar.
