Heeft men tijdens een wandeling blaren opgelopen. Dan zijn de meningen vaan verdeeld of men deze al dan niet door dient te prikken. Hierover zijn de meningen nog altijd sterk verdeeld.
Op het moment dat men besluit om de blaar wel door te prikken dan moet men allereerst de voet goed wassen. Vervolgens neemt men een schone naald of een blarenprikker en prikt daarmee in de zijkant van de blaar. Daarbij kan men het best zoveel mogelijk in de looprichting prikken zodat men het achtergebleven vocht er vanzelf uitloopt. Eventueel kan men de naald die men wil gaan gebruiken vooraf goed verhitten. Dit moet wel in een blauwe vlam gebeuren anders krijgt men roetvorming die voor infectie kan gaan zorgen. Verder moet men ervoor zorgen dat alleen de bovenhuid door wordt geprikt anders zal de blaar in veel gevallen gaan bloeden.
Met behulp van een schone zakdoek of een steriel gaasje drukt men vervolgens het bloed door het gaatje uit de blaar. Er zijn overigens ook mensen die meteen heel het velletje verwijderen maar dit is wel risicovol vanwege mogelijke infecties.
Eventueel kan men nog betadine of jodium aanbrengen om te ontsmetten. De blaar kan daarna dakpansgewijs af worden geplakt met (brede) leukoplast of een sporttape. Met zo’n laag zorgt men voor een soort tweede huid.
In plaats van doorprikken kan men de blaar ook met rust laten en afplakken (eventueel met speciale blaarpleisters. Eenmaal goed aangebracht kan men hier nog dagen of zelfs ruim een week mee doorlopen, totdat de blaar verdwenen is en er nieuwe huid onderzit.
