De kans op een ernstig verloop of op complicaties is zeer gering. Niettemin worden in veel westerse landen mensen tegen ingeënt tegen rodehond omdat het doormaken van de ziekte in het begin van de zwangerschap tot ernstige aangeboren afwijkingen van de baby zou kunnen leiden. Hierbij kan men onder andere denken aan oogafwijkingen zoals glaucoom en grijze staar, welke resulteren in een verminderd gezichtsvermogen of in volledige blindheid. Maar ook verlies van het gehoor (doofheid) ten gevolge van de beschadiging van de gehoorzenuw. (dit is de zenuw welke de ontvangen prikkels van het oor naar de hersenen over dient te brengen). Verder kan het kindje te maken krijgen met afwijkingen aan het hart zoals hartafwijkingen een open ductus arteriosus en een vernauwing van de longslagader doordat de moeder tijdens de zwangerschap met rodehona besmet is geraakt.
Om dit soort ernstige gevolgen van rodehond te kunnen voorkomen dient men aqlle kinderen, zowel jongens als meisjes, reeds als baby in te enten. Daarmee is het percentage niet-vatbare individuen in de bevolking zo hoog geworden dat het rodehondsvirus zich niet meer kan handhaven en eveneens de weinige mensen die niet beschermd zijn profiteren van het kudde-effect.
De redenen waarom mensen hun kinderen niet in laten enten kan sterk uiteenlopen en variëren van religieuze tot principiële overtuigingen. Het gevolg van het niet vaccineren is dat op plaatsen waar relatief veel mensen wonen die zich niet in laten enten, een epidemie op kan treden. Tevens kunnen er extra congenitale gevallen van rodehond optreden, dus baby’s die aangeboren afwijkingen hebben.
